Logo
Image
© Michael Krüger, Mediengruppe Kreiszeitung

GESPREK MET ARCHITECTEN

> Jan Wirth, architect en managing director bij Wirth Architekten

// Het in Bremen gevestigde Wirth Architekten gelooft dat mooie, individuele en duurzaam ontworpen architectuur ons leven verrijkt — en positief vormgeeft aan hoe we erin wonen. In Rotenburg/Wümme, tussen Bremen en Hamburg, voltooide het bureau onlangs de “Holzrotonda”. Deze ongewoon gevormde eengezinswoning — als een paddenstoel op een slanke sokkel — valt niet alleen visueel op, maar overtuigt ook qua milieuvoetafdruk. We spraken met oprichter Jan Wirth om meer te weten te komen over het project en de werkwijze van het team.

Grond besparen

Interview met Jan Wirth van Wirth Architekten

In Duitsland horen we voortdurend dat er te weinig wordt gebouwd — en dat klopt zeker. Maar als we de huidige bouwcrisis even terzijde schuiven, ontstaat een ander beeld: de afgelopen twee decennia is het aantal vrijstaande huizen landelijk gestaag toegenomen. Er zijn er inmiddels ongeveer 16 miljoen. „En elk afzonderlijk vraagt om grond en middelen,” benadrukken architecten Jan en Benjamin Wirth. Wat kun je dan doen wanneer de vrijstaande woning het populairste woningtype voor veel Duitsers blijft — ondanks het besef dat grondstoffen eindig zijn? Als innovatieve propositie ontwikkelde het team in Rotenburg de “Holzrotonda”, een huis met een geminimaliseerde voetafdruk — letterlijk én figuurlijk. We spraken met Jan Wirth, een van de twee partners, over het project.

Image
© Michael Krüger, Mediengruppe Kreiszeitung

De “Holzrotonda” in Rotenburg/Wümme is door Wirth Architekten ontworpen volgens cradle-to-cradle-principes.

BLACKPRINT: In Rotenburg/Wümme — midden in Noord-Duitsland — hebben jullie de zogeheten “Holzrotonda” gerealiseerd. Het gebouw wordt gekenmerkt door zijn smalle voet en een volledig rondom uitkragende verdieping. Welke voordelen biedt dit onconventionele plan, en hoe zijn jullie tot deze oplossing gekomen?

Jan Wirth: Een typische wijk met eengezinswoningen staat niet bepaald voor vooruitstrevend denken. Maar onze opdrachtgever is zeer ruimdenkend, wat ons de kans gaf om zo veel mogelijk te testen. Als je je mentaal even losmaakt van de directe context, zie je ineens veel kwaliteiten: de bosrand, weidse vergezichten over het landschap, de open hemel. Tegelijkertijd zagen we dat het lokale bestemmingsplan geen strikt grondgebonden bouw voorschreef. Dat gaf ons vrijheid — vooral voor de bovenverdieping. Het resultaat is een huis dat zich zachtjes boven het buurtniveau verheft en nieuwe perspectieven opent op het vlakke noordelijke landschap.

BLACKPRINT: En er is natuurlijk het “neveneffect” van zeer weinig grondgebruik…

Jan Wirth: Ja, dat was cruciaal. Een conventioneel huis raakt de grond met zijn begane grond en breidt zich in veel gevallen naar beneden uit met een kelder. Als tegenstrategie hebben we het besloten volume op de begane grond tot een minimum teruggebracht — in essentie een centrale spiltrap, een garderobe, een gast-wc en een bergruimte. Het huis gebruikt daardoor aanzienlijk minder grond dan een standaardwoning — en wel op twee manieren. Ten eerste is het gebied onder het huis niet verhard; daar groeit daadwerkelijk gras. Ten tweede creëert de uitkraging overdekte terras- en parkeerzones die voldoende droog zijn en daardoor ook niet verhard hoeven te worden. We hebben bovendien de CO₂-voetafdruk van de Holzrotonda sterk verminderd: het kleine draagvlak maakte het mogelijk zowel het beton als de benodigde isolatie te minimaliseren.

© Wirth Architekten
© Wirth Architekten

Door het besloten volume op de begane grond te minimaliseren, gebruikt de Holzrotonda beduidend minder grond dan een conventionele woning.

BLACKPRINT: Uiteindelijk hebben jullie een prototype gecreëerd — een model voor grondgebruik…

Jan Wirth: In zekere zin wel. Maar in de kern blijven we kritisch over de vrijstaande woning. In vergelijking met compacte stedelijke woningbouw verbruikt die nog steeds veel grond. Dat gezegd hebbende: als je consequent hulpbronnenbewust bouwt — met een hoog aandeel hout, uitstekende isolatie, fotovoltaïsche panelen, een warmtepomp en een zeer lage energiebehoefte in het algemeen — kun je de hogere grondconsumptie tot op zekere hoogte compenseren. En de wens van mensen naar een eengezinswoning laat zich niet zomaar wegwensen. In dat opzicht kan het zinvol zijn deze antropologische constante zo zacht mogelijk te accommoderen — en de vrijstaande woning te herdenken.

BLACKPRINT: Een ander kernaspect van het project was het toepassen van cradle-to-cradle. Hoe hebben jullie dat gerealiseerd?

Jan Wirth: De Holzrotonda is in wezen een droge, houten “doos” op een mini-betonsokkel, volledig opgebouwd uit geschroefde houtelementen. We kozen voor een zeer ingetogen interieur zonder extra installatielagen. We vermeden volledig composietmaterialen en lieten zelfs de gipskartonplaten achterwege die doorgaans over OSB-beplating worden geschroefd. De enige uitzondering is de sokkel — die, zoals gezegd, radicaal is gereduceerd. In principe zou je het huis als een bouwpakket kunnen losschroeven en elders weer opbouwen.

BLACKPRINT: En de buitenzijde?

Jan Wirth: Ook daar hebben we bewust de lokale mode van zware baksteenbekleding vermeden. In plaats daarvan keken we naar regionale bouwtypes en kwamen we uit op een gevel van geprofileerde vezelcementplaten — vergelijkbaar met de bekledingen die je ziet bij aanbouwen van nabijgelegen boerderijen.

Image
© Wirth Architekten

Terugbrengen tot het essentiële als basis voor hulpbronnenbewust bouwen.

BLACKPRINT: Hoe stevig verankerd is de vraag naar “duurzame architectuur” inmiddels? Wat merken jullie?

Jan Wirth: Het voelt alsof we in een zoekfase zitten. Er worden veel benaderingen getest — en sommige mislukken. In Bremen bijvoorbeeld was er een tijd dat alle publieke gebouwen als passiefhuis werden gepland; dat doel is later losgelaten. Toch is er onder particuliere opdrachtgevers de laatste jaren veel veranderd: duurzaamheid is een gegeven. Het spreekt vanzelf dat materialen ecologisch moeten zijn en dat er zoveel mogelijk wordt hergebruikt. Maar bij de grote CO₂-uitstoters — publieke gebouwen of beleggersgedreven ontwikkelingen — hebben we nog een lange weg te gaan om het denken daar ook te kantelen.

BLACKPRINT: Jullie projecten zijn niet alleen duurzaam en functioneel — ze zijn ook esthetisch overtuigend. Wat is jullie benadering?

Jan Wirth: We hebben de indruk dat veel bureaus primair voor een vakpubliek ontwerpen. Het draait vaak om de uitvoering van een rigide idee dat zo gereduceerd en leesbaar mogelijk blijft. Onze aanpak gaat verder: we willen ook de smaak van een breder publiek meenemen — zonder in willekeur te vervallen. We verliezen het vakpubliek niet uit het oog, maar we hechten aan de sfeer die onze gebouwen in de stad creëren. Een nuttige test is je voor te stellen dat je op een terras voor een gebouw zit, er een tijdje naar kijkt en je dan afvraagt of het ontwerp past in de context — hoe het met de omgeving interageert en welke architectonische referenties het maakt qua schaal, materialiteit of korrel. Veel daarvan is niet puur rationeel. Het gaat om intuïtie: welke beelden en referenties draag je met je mee? Waar sluit je op aan om iets te maken dat zich overtuigend op zijn plek voegt?

BLACKPRINT: Wonen is een kernfocus van jullie bureau. Een sterk voorbeeld is het nieuwe Speicherquartier in Bremen-Vegesack. Wat was jullie plandoel?

© Wirth Architekten
© Wirth Architekten
© Wirth Architekten

Het nieuwe Speicherquartier in Bremen-Vegesack vormt een fris stedelijk bouwblok dicht bij de rivier de Weser.

Jan Wirth: Bij het Speicherquartier hadden we het geluk via de stedenbouwkundige prijsvraag in te stappen. Daardoor konden we vanaf het begin meeschrijven aan een nieuw stedelijk stuk voor Bremen-Vegesack — de benadering “van buiten naar binnen”. Tegelijk moesten we nadenken over welke gebouwtypes en functies we binnen toelaten. Wat mij in zulke stedelijke projecten bijzonder aanspreekt, is gesubsidieerd wonen. Het gaat niet om luxe, maar om de vraag: wat is goede, betaalbare architectuur? Dat gold ook voor het Kaffeequartier in Bremen — twee gebouwen met in totaal 80 gesubsidieerde woningen. De opgave was de vloeroppervlakte optimaal te benutten om huren te beperken en te voldoen aan de maximale metrages voor gesubsidieerde woningen. Ons doel was dus de woninggroottes zo ver mogelijk te reduceren en de plattegronden zó efficiënt te ontwerpen dat de ruimtelijke indruk open blijft, niet benauwd. De oplossing is een centrale sanitaire kern waar alle andere functies ringvormig omheen zijn geordend. Dat genereert een royale, open ruimtewerking — heel anders dan de conventionele onderverdeling in aparte kamers. Waar nodig kunnen schuifelementen de indeling opdelen — bijvoorbeeld voor gezinnen met twee kinderen of om een aparte dressing te creëren.

Image
© Wirth Architekten

Visualisatie van het Kaffeequartier in Bremen.

BLACKPRINT: Ik ken geen ander architectenbureau dat door twee broers wordt geleid. Is conflict dan niet onvermijdelijk?

Jan Wirth: De opstelling is organisch ontstaan — waarschijnlijk omdat we als kinderen op het kleine boerderijtje van onze ouders veel hebben geklust en zo een gedeelde passie voor bouwen ontdekten. Na school studeerde ik in Rome en Parijs; mijn broer zat in Berlijn en ook in Parijs. We zochten aanvankelijk naar meer partners om samen een bureau mee op te richten, maar dat liep op niets uit — weinig architecten starten tegenwoordig nog alleen. Dus besloten we het met z’n tweeën te doen. Natuurlijk is er soms wrijving tussen broers. Maar veel dingen gaan verrassend snel omdat we al jaren op dezelfde golflengte communiceren. Soms volstaan een paar woordflarden om een beslissing te nemen. Je merkt het vooral wanneer je met anderen praat — en je ineens alles uitgebreid moet uitleggen. In ons bureau is al duidelijk wat bedoeld wordt, terwijl anderen nog proberen de richting te vatten. Het heeft zeker voor- en nadelen.

BLACKPRINT: Hoe beïnvloedt Bremen jullie werk — is er een specifiek “noord-Duitse” benadering?

Image
© Wirth Architekten

Nog een woonproject in Bremen: visualisatie van het Kornquartier.

Jan Wirth: Goede vraag. Onze ontwikkeling was waarschijnlijk alleen in Bremen mogelijk. Er is een opmerkelijke dichtheid aan rijtjeshuizen in stedelijke wijken — het klassieke “Bremen-huis” in al zijn varianten. We konden beginnen met verbouwingen van kleine huizen met krappe budgetten — en troffen herhaaldelijk vooruitstrevende opdrachtgevers die openstonden voor nieuwe ideeën. Dat leidde tot vroege projecten die gepubliceerd konden worden en ons zichtbaarheid gaven. Pas daarna kwamen prijsvragen, die tot grotere opdrachten leiden. Maar vaak gaan er jaren voorbij tussen een prijsvraagwinst en een voltooid, publiceerbaar project. In die zin was Bremen — compact en fijnmazig — het perfecte lanceerplatform voor ons.

BLACKPRINT: Welke ontwikkelingen zien jullie momenteel in de architectuur — en welke vinden jullie bijzonder belangrijk?

Jan Wirth: Los van duurzaamheid zijn we momenteel gefascineerd door het gebruik van AI. Normaal gesproken bestuderen we voor elk nieuw project een breed palet aan referenties en ontwikkelen we van daaruit ons eigen ontwerp. Als je delen van dat proces aan AI delegeert, komt het resultaat vaak verrassend dicht bij wat we voor ogen hadden. Natuurlijk blijkt in de uitwerking snel waar ideeën niet werken — bijvoorbeeld een misplaatste marmeren fries. Maar er openen zich nieuwe perspectieven en we worden ons bewust van onze cognitieve grenzen. Wat dat uiteindelijk voor ons werk zal betekenen, is nog onduidelijk. Maar AI kan best repetitieve taken overnemen en meer tijd vrijmaken voor echt ontwerpdenken en ruimtelijke kwaliteit. Een mooi voorbeeld was op de Biënnale te zien: een door AI gegenereerde appartementplattegrond die in 200 varianten is getest. Zeker, een mens kan dat ook — in twee weken. AI doet het in 20 seconden, waardoor we opties snel kunnen testen en vergelijken.

BLACKPRINT: Hartelijk dank voor het gesprek, meneer Wirth!

Interview door Robert Uhde.

Wilt u professioneel advies?

Ons team helpt u graag — geheel vrijblijvend.

Meer artikelen: